De wet Fido

Kruimelpad

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Wetten en regels 
  4. De wet Fido

Inhoud pagina: De wet Fido

Deze wet bevat instrumenten die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij lenen en beleggen. Dat vermindert de kans op ten eerste grote schommelingen in de rente die de gemeente betaalt over geleend geld en ten tweede het verlies aan ingelegd geld. Bovendien geeft het geldschieters de zekerheid dat gemeenten geen ‘gekke dingen’ doen, waardoor zij aan gemeenten een lagere rente vragen dan aan minder solide partijen; dat is gunstig voor de gemeentekas. Risicobeheersing is dus ook kostenbesparing.

De risico’s van lenen worden beperkt doordat gemeenten zich moeten houden aan de zogeheten kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De limiet zorgt ervoor dat er niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken; de renterisiconorm zorgt voor spreiding in de langlopende leningen.

De wet Fido beschouwt beleggen niet als een normale publieke taak, maar als een tijdelijke activiteit omdat er een bepaalde tijd meer geld ‘in kas’ zit dan voor de gewone bedrijfsvoering nodig is. Beleggen doet de gemeente dan ook niet om zoveel mogelijk rendement te maken, maar om geld dat in periode niet nodig is op een veilige manier te stallen. Daarom mag de gemeente alleen beleggen waardepapieren met weinig risico. Dus - bijvoorbeeld - niet in buitenlandse valuta.

Bovendien moet de tegenpartij aan strenge eisen van betrouwbaarheid voldoen.

 
Finveen