Kruimelpad
- Home
- Vragen en Antwoorden
Inhoud pagina: Vragen en Antwoorden
Dit is de vragenrubriek van Finveen. We hebben enkele door uw collega’s gestelde vragen erin opgenomen en van een antwoord voorzien.
Ook uw vragen kunnen in deze rubriek komen te staan. Daarvoor gelden twee spelregels. Ten eerste zullen we uw naam bij de vraag niet vermelden. Ten tweede zullen we de vraag (met antwoord) alleen opnemen als hij ook voor andere raadsleden nuttig is. Om die reden zullen we de vragen wel eens wat bewerken. Hier kunt u een vraag stellen.
In deze versie van de site hebben we de vragen en antwoorden in vier groepjes verdeeld:
[bw]
Begrotingsruimte
[bw]Ik wil structureel extra geld voor een bepaald beleidsterrein. Hoe kan ik dat in mijn gemeente het beste aanpakken?
Wat u concreet moet doen om die structurele begrotingsruimte
te vinden en hoe u steun verzamelt voor een begrotingswijziging
, kunnen we vanuit hier niet zeggen. En evenmin of de navolgende voorbeelden in uw gemeente politiek wenselijk of haalbaar zijn.
Vooraf nog één opmerking: het zoeken naar dekking in de begroting hoeft u niet zelf te doen. Ook na de invoering van dualisme is het een taak van het college om raadsbesluiten voor te bereiden. De raad kan dus aan het college vragen ruimte te zoeken in de begroting voor iets dat de raad wil. Dit betekent uiteraard wel dat u in de raad voldoende steun moet hebben voor uw voorstel om het college met een dergelijke opdracht op pad te kunnen sturen.
Als u – om welke reden ook – zelf naar dekking op zoek gaat, valt er in financiële zin dit over te zeggen:
- Wij begrijpen dat u structurele ruimte wenst, dus geld dat voor een reeks van jaren beschikbaar is en geen eenmalig geld, want dan zit u Wij begrijpen dat u structurele ruimte wenst, dus geld dat voor een reeks van jaren beschikbaar is en geen eenmalig geld, want dan zit u volgend jaar met een gat in de begroting.
- Een structurele post kunt u op grond van uw politieke opvattingen vinden. Misschien meent u dat de lasten voor het onderhoud van wegen wel omlaag kunnen of de subsidies aan het welzijnswerk. Besef wel dat u vele uitgaven niet zo maar kunt verlagen, bijvoorbeeld vanwege een juridisch contract of een bestuurlijke toezegging. In sommige gemeenten bevat de begroting een overzicht van de mate waarin middelen vastliggen. Vaak wordt verschil gemaakt tussen juridische verplichting, bestuurlijke verplichting en géén verplichting. Op de korte termijn ligt veel vast, zeker de juridische verplichtingen; op de langere is er meer ruimte tot verschuiven.
- Behalve een structurele verlaging van lasten, ziet u wellicht ook mogelijkheden voor verhoging van baten. Bedenk wel dat baten voor de geente, meestal lasten zijn voor burgers en bedrijven.
- Een minder politieke insteek is het ‘navlooien’ van de jaarrekeningen. Soms vindt u daar posten die keer op keer lager uitvallen dan in de begroting werd geraamd. Dat kan een aanwijzing zijn voor onbenutte ruimte.
- U zou het geld ook kunnen zoeken in meer doelmatigheid van de gemeentelijke organisatie. Deze weg kiest u, als u de stellige indruk hebt dat er geld te verdienen is door bepaalde werkzaamheden efficiënter uit te voeren.
Zie verder:
- Bij het onderwerp begrotingsruimte vindt u ook enkele clips
met tips van ervaren raadsleden.
[bw]Elk jaar weer blijkt in mijn gemeente een grote onderuitputting. Hoe kan de raad dit voorkomen dat hij zo ‘op het verkeerde been’ wordt gezet?
De raad heeft het budgetrecht
. Deze vorm van onderuitputting kan hij voorkomen door bij begroting(swijziging) te besluiten bepaalde posten te verlagen omdat ze– keer op keer – in die omvang blijkbaar niet nodig waren.
De kwestie is natuurlijk wat er eigenlijk met dat geld had moeten gebeuren. Wat waren eigenlijk het doel en de activiteiten waarvoor deze gelden beschikbaar zijn gesteld? Kortom: Is het geld over omdat de taak niet is uitgevoerd of is het over omdat de taak veel goedkoper kan worden uitgevoerd dan vooraf begroot? In beide gevallen is het zaak er bij het college op aan te dringen beter, realistischer te begroten.
Zie verder:
- Bij het onderwerp begrotingsruimte vindt u ook enkele clips
met tips van ervaren raadsleden.
[bw]Als raad denken we dat er in de begroting ruimte zit. Is het mogelijk een taakstelling voor programma’s tezamen op te nemen en deze te bestemmen voor een bepaald doel?
Dat is op zich mogelijk, maar niet zonder risico’s.
De raad kan en mag het college bij de begroting de opdracht meegeven die ruimte te vinden en af te romen. Dit wordt wel de “kaasschaafmethode” genoemd, omdat overal een ‘plakje’ afgaat. (Critici noemen het een ‘apolitieke’ manier van kiezen.)
Het geld dat deze methode naar verwachting oplevert, kan de raad in diezelfde begroting in principe ook al aanwenden.
En het risico? Het risico is dat de verwachte opbrengst wordt uitgegeven aan dat bepaalde doel, maar dat de taakstelling niet wordt gehaald. Dat risico is vooral aanwezig als a) vooraf niet duidelijk is dat ‘plakje’ ook echt van alle budgetten af kan, b) er geen heldere afspraken over zijn gemaakt en c) er geen controle is op de voortgang.
Er is dus een risico dat u wel het geld voor dat bepaalde doel uitgeeft, maar achteraf moet constateren dat alle ‘plakjes’ bij elkaar onvoldoende opleveren om het ook echt te betalen. En dat gaat dan ten koste van andere doelen of van reserve.
Zie verder:
- Bij het onderwerp begrotingsruimte vindt u ook enkele clips
met tips van ervaren raadsleden.
[bw]Ik wil geld van de post ‘overige’ afhalen en toevoegen aan het ‘Wonen’. Volgens het college kan dat niet. Hoe kan ik hier zicht op krijgen?
Er zijn verschillende mogelijkheden.
- U kunt het college (nogmaals) vragen eens haarfijn uit te leggen waarom dat niet kan.
- U zou de post ook kunnen volgen. Hoe groot is hij in de begroting, wat ‘doet’ hij in de tussenrapportage(s) en wat is zijn omvang in de jaarrekening? U begrijpt dat dit tijd kost: tussen begroting en rekening zit een slordige anderhalf jaar. Misschien is dat te lang voor u. Dan zou u enkele jaarrekeningen uit het recente verleden kunnen raadplegen. U kunt er natuurlijk ook bij het college op aandringen zo een lijstje te maken.
- Ook kan de raad aan de rekenkamer(commissie) vragen naar deze en vergelijkbare posten te kijken. (Omdat de rekenkamer(commissie) onafhankelijk is, is het geen automatisme dat ze het verzoek inwilligt.)
Zie verder:
- Bij het onderwerp begrotingsruimte vindt u ook enkele clips
met tips van ervaren raadsleden.
[bw]Mijn gemeente moet bezuinigen. Hoe kunnen we dat vanuit de raad aanpakken? Waar moeten we op letten?
Dit is geen eenvoudige vraag, want het realiseren van bezuinigingen kan op veel verschillende manieren. En bijna altijd is het een ingewikkeld proces, zowel politiek-bestuurlijk, als financieel-technisch.
Vanuit de kaderstellende rol van de raad kunt u opdracht geven aan het college bezuinigingsvoorstellen voor te bereiden. Het is dan wel wenselijk dat die opdracht zo specifiek mogelijk is. U geeft dus aan:
- welk bedrag moet worden bezuinigd;
- of bezuinigd wordt via de methode van de ‘kaasschaaf’ of via politieke keuzes;
- in het geval van politieke keuzes geeft u dus aan op welke beleidsterreinen de bezuiniging neerslaat en op welke juist niet;
- misschien stelt u ook eisen aan het proces (bijvoorbeeld over de communicatie met de burgers of over de momenten waarop de raad tussentijds wordt geïnformeerd over de voortgang).
Aan het eind van het proces is het uiteraard de verantwoordelijkheid van de raad de knopen door te hakken. De door de raad vastgestelde bezuinigingen worden verwerkt in de begroting. Afhankelijk van het tijdstip waarop de raad besluiten neemt gebeurt dit in de begroting zelf of via een begrotingswijziging
. Vervolgens gaat het college aan de slag met de uitvoering en rapporteert geregeld over de voortgang.[bw]
Begroting
[bw]Het college heeft een ontwerpbegroting gepresenteerd die nu en in de komende jaren niet sluitend is. Wat moeten we als raad nu doen?
Het is de verantwoordelijkheid van de raad om een sluitende begroting vast te stellen. Als het college een niet sluitende ontwerpbegroting aanbiedt, zult u hem dus sluiten moeten maken. Dat kan natuurlijk pijnlijke beslissingen vragen. Minder subsidie aan de schouwburg, minder geld naar groenbeheer, korten op ambtelijke formatie, hogere lokale heffingen, uitstellen van de bouw van een nieuw gemeentehuis enzovoorts. Stuk voor stuk kunnen deze keuzes heel lastig zijn.
Los van de verantwoordelijkheid van de raad voor een sluitende begroting, levert een college dat met een niet sluitende begroting komt geen best huiswerk af, zeker als dat vergezeld gaat met de mededeling dat de raad maar moet zien hoe hij sluitend wordt.
[bw]Wat kan ik lezen uit de programmabegroting en waartoe dient dat, wat kan ik als raadslid daarmee?
We gaan ervan uit dat het u om de programma’s
te doen is; in de (programma)begroting staan namelijk ook andere zaken.
Per programma moeten deze drie vragen aan de orde komen:
Wat willen we bereiken?
Wat gaan we daarvoor doen?
Wat mag dat kosten?
Met de antwoorden op deze vragen op zak, kunt u lopende het jaar en na afloop ervan nagaan of het college woord gehouden heeft – en dus uw politieke speerpunten heeft gerealiseerd.
[bw]Mij is verteld dat de raad in de begroting de budgetten per programma vaststelt. Als ik budgetten op een lager niveau dan het programmaniveau wil beïnvloeden, hoe pak ik dat dan aan?
Volgens het BBV
stelt de raad in de begroting inderdaad de budgetten vast op het niveau van de programma’s
. De bedragen van de producten waaruit de programma’s zijn opgebouwd staan in de productraming. En die stelt het college vast. Het college mag ook bedragen verschuiven tussen de producten, zolang het totale bedrag per programma er niet door verandert.
De raad stelt dus de programma’s vast en het college – binnen de programmatotalen – de producten.
Dat betekent niet dat de programma’s voor de raad onbeïnvloedbaar zijn, want:
- Binnen een programma mag de raad een onderscheid aanbrengen tussen “speerpunten” (prioriteiten) en “overig beleid”. Als tijdens of na uitvoering van de begroting blijkt dat van de speerpunten niets terecht komt, dan heeft het college wat uit te leggen, ook al blijven de feitelijke uitgaven binnen het programmatotaal. De raad krijgt hier zicht op via de zogenaamde 3 W-vragen die zowel in de begroting als in het jaarverslag per programma beantwoord moeten worden.
- Het college is verplicht de raad actief te informeren; dit betekent dat het college op eigen initiatief alle politiek belangrijke informatie moet verstrekken, ook als de raad daar niet om vraagt. Het college houdt de raad dus ook op de hoogte van de gang van zaken rond bepaalde producten waarvan duidelijk is dat de raad zich ervoor interesseert.
Mocht u als raad werkelijk niet uit de voeten kunnen met de programma-indeling omdat die in uw ogen veel te grof is, dan staat het u vrij een fijnere indeling te maken. Het is onverstandig dit vaak te doen. Het is niet goed voor het overzicht en inzicht als begroting en rekening er steeds anders uitzien.
[bw]Wat zijn stelposten in de begroting?
Stelposten zijn bedragen in de begroting die nog nader moeten worden ingevuld.
Niet altijd, maar vaak is er een taakstelling aan verbonden.
In financiële zin wordt in de begroting dan net gedaan alsof die taakstelling al is gerealiseerd, terwijl de te nemen maatregelen op het moment van opstellen van de begroting nog niet getroffen zijn.
Voorbeelden zijn:
- het totale bedrag van de personeelskosten wordt verminderd met een stelpost voor een nog nader in te vullen bezuiniging op de personeelsformatie;
- in afwachting van nadere besluitvorming over een tariefsverhoging wordt de extra opbrengst alvast als een stelpost in de begroting opgenomen.
Het zal duidelijk zijn dat stelposten financieel gezien riskant zijn, omdat altijd maar moet worden afgewacht of de bijbehorende maatregelen ook daadwerkelijk worden getroffen.
[bw]Waarom moet in de begroting met allerlei ingewikkelde zaken rekening worden gehouden, zoals de verwachte inflatie, de verwachte rente enz.? Wat heb ik als raadslid daarmee te maken? Moet ik dat allemaal bijhouden?
Wat betreft uw eerste vraag: de begroting moet realistisch en behoedzaam zijn.
Daar hoort bij dat uw gemeente er – bijvoorbeeld - op moet rekenen dat salarissen van ambtenaren en van medewerkers van gesubsidieerde instellingen kunnen stijgen. Ook andere kostenstijgingen of - dalingen moeten reëel worden begroot. Evenzo moet zorgvuldig worden geraamd wat met de inkomsten zal gebeuren. Tegelijk moeten de ramingen behoedzaam zijn, dus voorzichtig. Als een realistische raming inhoudt dat de belastingopbrengst met 1% tot 2% zal stijgen, dan is het verstandiger (behoedzamer) in de begroting met 1% te rekenen in plaats van met 2%.
Over uw betrokkenheid als raadslid het volgende. Als raadslid hebt u er op zijn minst formeel mee te maken. De raad stelt immers de begroting vast. Maar ook praktisch. Als de begroting veel te optimistisch is opgesteld, is de kans groot dat er lopende het jaar of uiterlijk bij de jaarrekening ’lijken uit de kast’ vallen.
Andersom kan ook: de begroting is zo pessimistisch opgesteld, dat er achteraf enorme meevallers zijn. Ook dat kan politiek vervelend zijn. Als u vooraf had geweten hoeveel geld er werkelijk was, had u daar in de begroting een ‘mooie bestemming’ aan kunnen geven of had u pijnlijke bezuinigingen achterwege kunnen laten.
Het is ondoenlijk dat u al deze zaken gedetailleerd bijhoudt. Deels moet u op het college kunnen vertrouwen dat de begroting deugdelijk is, deels zullen er in uw fractie of bij andere fracties specialisten zijn die er beter in thuis zijn dan u. Als u zelf “financiën doet”, is de financiële begroting
de plek waar u meer over dit onderwerp kunt vinden. Daar moet volgens de voorschriften van het BBV
worden uitgelegd wat grondslagen van de ramingen in de begroting zijn, zoals de inflatie, de rente en het verloop van het aantal inwoners.
Tot slot geven we een voorbeeld uit de praktijk. Een college presenteerde vorig jaar een sluitende meerjarenraming. Een raadslid ging er eens voor zitten. Haar viel op dat vele inkomsten omhoog gingen en vele uitgaven niet; die bleven gelijk. Bij navraag bleek dat het college veronderstelde dat de opbrengsten van de lokale belastingen en rechten en ook de algemene uitkering uit het gemeentefonds jaarlijks met 3% zouden stijgen, enigszins in lijn met de inflatie. Tegelijk hield de begroting helemaal geen rekening met inflatie aan de kostenkant. Het college ging er dus vanuit dat salarissen, kosten voor onderhoud etc. de komende jaren constant zouden zijn (0% inflatie). Dat lijkt niet erg realistisch en is evenmin behoedzaam.
[bw]Begrotingsproces
[bw]Als ik mijn kans bij de voorjaarsnota heb gemist, kan ik dan mijn wens later in de cyclus nog verzilveren, bijvoorbeeld bij de programmabegroting?
Het formele antwoord is zonder meer ja. De voorjaarsnota is een nuttig en in vele gemeenten gebruikt document. In deze nota worden de piketpalen geslagen voor de (ontwerp)begroting van een halfjaar later. Het gaat echter om de begroting. Met de begroting – en niet met de voorjaarsnota - verleent de raad aan het college toestemming voor het doen van uitgaven in het begrotingsjaar.
Praktisch kan het anders liggen. Als uw wens erg veel geld en voorbereiding kost, kan het college zeggen dat het praktisch onhaalbaar is deze nog in de begroting te verwerken. Het ene college gaat hier soepeler mee om dan het andere.
Maar stel dat uw wens werkelijk te veel van het goede is op een te laat moment. Dat betekent dan natuurlijk niet dat u een jaar moet wachten en er intussen niets gebeurt. U kunt erop aandringen dat de voorbereidingen worden getroffen, zodat men in de loop van het jaar met het echte werk kan beginnen.
Een andere kwestie is de politiek steun. Het kan tijd kosten die te verzamelen. Als u om vijf voor twaalf met een voorstel komt om de ontwerpbegroting aan te passen, lukt dat misschien niet meer.
[bw]Hoe weet ik op het einde van een begrotingscyclus of besteding van de gelden rechtmatig zijn geweest?
In de checks and balances die in het begrotingsproces zijn ingebouwd, speelt de accountant
een voorname rol. In de verklaring van de accountant en het onderzoek waarop hij zich baseert (neergelegd in het “rapport van bevindingen”) spreek hij zich uit over de rechtmatigheid.
Daarbij gaat hij uit van wettelijke minimumeisen. Als uw raad dat wil, kunt u bij de opdrachtverlening aan de accountant vragen of hij strenger controleert dan volgens deze eisen. Daarvoor zal hij veelal extra kosten in rekening brengen, want strenger controleren betekent meer weer.
Wie ook de rechtmatigheid mag onderzoeken (maar niet het werk van de accountant overdoen) is uw rekenkamer(commissie).![]()
Tenslotte zou ook de raad zelf een commissie van onderzoek kunnen instellen; dat is echter politiek een zwaar middel dat niet zomaar zal worden gebruikt.
[bw]Hoe kan ik aan de begroting of aan de jaarstukken zien dat het financieel goed gaat met mijn gemeente? Of dat het niet goed gaat? Waar zitten de ‘alarmlichtjes’ die me waarschuwen als het niet de goede kant opgaat?
De eerlijkheid gebied te zeggen dat het beoordelen van de financiële positie
enige financiële kennis van zaken vergt. Als u dit vraagstuk ingewikkeld vindt, kunt u ondersteuning inschakelen, bijvoorbeeld bij of via de griffie.
We noemen daarom een paar ‘simpele’ signalen. Ofwel ‘alarmlichten’ zoals u dat noemt.
-
De vorm van het financieel toezicht door de provincie die voor uw gemeente van toepassing is. Indien uw gemeente onder preventief toezicht is gesteld, is dat een duidelijk signaal. De provincie stelt een dergelijk toezicht in als zij vindt dat de begroting van de gemeente niet sluit en dat niet is aangetoond dat het probleem in de drie jaren erna alsnog wordt opgelost. Preventief toezicht houdt in dat besluiten met belangrijke financiële gevolgen vooraf door de provincie worden beoordeeld en eventueel worden afgewezen.
-
Is er begrotingsevenwicht? Baten en lasten moeten met elkaar in evenwicht zijn. En dat moet gerealiseerd worden zonder “kunstgrepen”, zoals het opnemen van vage stelposten of het dekken van structurele uitgaven met incidentele middelen. In de financiële begroting en de meerjarenraming vindt u een overzicht van de stand en het verloop van de reserves en voorzieningen, waaronder de algemene reserve. Als de algemene reserve jaar in jaar uit daalt, dan is dat vaak een slecht signaal. Het betekent het saldo van baten en lasten eigenlijk negatief is en dat het tekort wordt gedekt door het leeg maken van een ‘spaarpot’ die onder meer bedoeld is voor onverwachte tekorten die op geen enkele andere manier zijn te dekken. (Let wel: we bedoelen hier niet de situatie dat de raad na ampel beraad oordeelt dat de algemene reserve te hoog is en in een aantal jaarlijkse stappen verlaagd wordt naar een gewenst niveau).
-
De jaarrekening. Hier geldt min of meer hetzelfde als in de begroting, met dat verschil dat de jaarrekening de werkelijke baten en lasten bevat en de begroting de verwachte baten en lasten. Een kleine afwijking van de begroting is onvermijdelijk: geen enkele begroting kan perfect de rekening ‘voorspellen’. Maar als de jaarrekening een grote afwijking van de begroting vertoont, dan is dat een ‘alarmlicht’, als dit meerdere jaren achtereen gebeurt gaan ook nog de ‘bellen rinkelen’.
-
De Rapportages van de accountant. Als een accountant de financiële ontwikkelingen in een gemeente zorgwekkend vindt, dan zal hij daar zeker over rapporteren. Voor de financiële situatie zijn de opmerkingen van de accountant over de getrouwheid vaker belangrijk dan die over de rechtmatigheid.
-
Als laatste noemen we de paragraaf weerstandsvermogen, die u zowel in de beleidsbegroting als in het jaarverslag vindt. Daarin wordt ingegaan op risico’s die de gemeente loopt en financiële buffers daar tegenover staan. Als die buffers te laag zijn, is ook dat een signaal.
Financiële verhouding met het rijk
[bw]Waarom is er een mei- en septembercirculaire en wat voor effecten heeft dit in het jaarplaatje?
Het gemeentefonds
is een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeenten en deze circulaires gaan daarover. Het Rijk brengt de gemeenten ermee op de hoogte van de ontwikkeling van het fonds in de komende jaren (het begrotingsjaar en de drie jaren erna) en het lopende jaar.
Dat kan aanzienlijke effecten hebben, maar los van de praktijk is daar niet zoveel over te zeggen.
Eén getal om u een idee te geven: gemeenten van de grootte als de uwe ontvangen jaarlijks rond 600 euro per inwoner uit het gemeentefonds. Als daar één procent afgaat, scheelt dat 6 euro per inwoner. Bij de ruim veertig duizend inwoners die uw gemeente telt, is dat een kwart miljoen euro jaarlijks.
[bw]Welke financiële relaties bestaan er tussen gemeenten en provincies? En tussen gemeenten en Rijk?
De financiële relaties tussen gemeenten en provincies zijn gemiddeld over het land beperkt, maar in specifieke gevallen kan het om interessante bedragen gaan. Als uw gemeente provinciale gelden ontvangt, kan het college u er meer over vertellen.
Van Rijk naar gemeenten zijn er twee soorten geldstromen. Ten eerste het gemeentefonds
. Daaruit ontvangen de gemeenten jaarlijks een bedrag. In 2006 is dat ongeveer 12,8 miljard euro (Wet maatschappelijke omvang niet meegerekend). Ten tweede zijn er specifieke uitkeringen. Dat zijn er veel, maar niet alle gemeenten komen voor elke specifieke uitkering
in aanmerking. In 2005 ging er rond 18 miljard euro aan specifieke uitkeringen van het Rijk naar de gemeenten.
[bw]Ik wil graag meepraten bij de behandeling van de jaarstukken, maar wil niet meer dan een uur besteden aan de voorbereiding. Wat kan ik doen?
Uit uw vraag leiden we af dat u geen financiële diehard bent. Dat zult u in een uur ook niet worden. We raden u aan zich op uw eigen politieke speerpunten te concentreren.U neemt daarom het jaarverslag (dat beleidsmatig van aard is), en niet de jaarrekening (die een financiële insteek heeft).
Dan gaat u naar het programma waar uw politieke interesse ligt en leest wat er van de voornemens uit de (beleids)begroting is terecht gekomen. Eventueel neemt u er de begroting zelf bij. Zo kunt vergelijken wat vóór het begrotingsjaar aan beleidsplannen is opgeschreven en hoe daar – nu het jaar voorbij is – verslag van wordt gedaan.
Het is natuurlijk ook mogelijk dat uw interesse niet uitgaat naar een bepaald beleidsprogramma, maar naar het onderwerp van een van de verplichte paragrafen, bijvoorbeeld “onderhoud kapitaalgoederen” of “lokale heffingen”. Ook dan kunt u de beleidsbegroting en het jaarverslag met elkaar vergelijken, want ook de paragrafen komen in beide voor.
Als u dan nog tien minuten over hebt, dan zou u de accountantsverklaring bij de jaarrekening kunnen lezen. Geeft de accountant een goedkeurende verklaring? Welke opmerkingen maakt de accountant in het verslag van bevindingen? Hoe reageert het college op die opmerkingen?
Nu is het uur wel om. Op naar de raad!
[bw]We geven als raad jaarlijks een opdracht aan de accountant, en we krijgen jaarlijks een verslag van bevindingen. Wat moet ik met dat verslag? En wat kan ik met die opdracht?
De accountant wordt aangewezen door de gemeenteraad en voert in opdracht van de raad onderzoek uit naar de getrouwheid [TW] en de financiële rechtmatigheid [TW] van de jaarrekening. De verklaring en het verslag van bevindingen (en het accountantsonderzoek dat daarvoor nodig is) zijn wettelijk verplicht.
De accountant gaat in zijn verklaring zowel op de getrouwheid als op de (financiële) rechtmatigheid in. Er zijn vier soorten verklaring mogelijk:
- “goedkeurend” (binnen de geldende marges is alles in orde is bevonden),
- “met beperking” (als er onzekerheden of fouten van “materieel belang” zijn)
- “oordeelonthouding” (als er onzekerheden zijn van “wezenlijk belang”) of
- “afkeurend” (als er fouten van “wezenlijk belang” zijn).
De afkeurende verklaring is het meest ongunstige oordeel dat de accountant kan geven en de goedkeurende verklaring ‘de beste’. Maar zelfs in het laatste geval is het nuttig het verslag van bevindingen er bij te nemen; er kunnen opmerkingen in staan die aanleiding zijn het college aan te spreken op het financieel beheer.
Het inzetten van een accountant voor de beoordeling van het collegebeleid is één van de instrumenten van de raad bij zijn controlerende taak. Uiteraard moet de beoordeling van wat dat de accountant onderzoekt worden overgelaten aan zijn (of haar) vakmanschap en onafhankelijkheid, maar op drie momenten in het proces heeft de raad directe sturingsmogelijkheden:
- de accountant wordt na een aanbestedingsprocedure door de raad benoemd; onderdeel van die procedure kan zijn, dat de raad een programma van eisen opgesteld bovenop de wettelijke verplichtingen, waaraan de accountant moet voldoen;
- jaarlijks maakt de raad afspraken met de accountant over accenten die gelegd kunnen worden tijdens de controle en de rapportage.
[bw]We hebben een rekenkamercommissie, een gemeentelijke accountant, en een provinciale toezichthouder - waarom zou ik, als raadslid, nog naar de jaarstukken kijken?
Ten eerste omdat niemand behalve u - als raad - een politiek oordeel over de jaarstukken kan geven en ten tweede omdat het de bevoegdheid van de raad is om de jaarstukken vast te stellen en het college decharge te verlenen. (In zeer bijzondere situaties is het denkbaar dat de raad weigert de jaarstukken zonder slag of stoot vast te stellen, ook al heeft de accountant een goedkeurende verklaring gegeven. De raad zou dan kunnen overgaan tot een zogenaamde indemniteitsprocedure.) In zekere zin zouden we kunnen zeggen: de partijen die u noemt zijn uw helpers bij uw controle.
De accountant onderzoekt of de jaarrekening een getrouw beeld [TW] geeft van de financiële reilen en zeilen in het afgelopen jaar en of dit rechtmatig [TW] was. Dit slaat neer in een verklaring en een verslag van bevindingen. Maar het is de raad die de jaarrekening vaststelt.
De rekenkamer doet onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid – veelal voor een of enkele onderwerpen, dus niet over de gehele linie. Bovendien hoeft de kamer niet naar de jaarrekening te kijken (ze mag dat wel, maar ze mag daarbij niet het werk van de accountant overdoen).
Het financieel toezicht van de provincie tenslotte richt zich op de vraag of de begroting in evenwicht is. De provincie zal haar oordeel over de begroting waarschijnlijk ook op de jaarrekening van voorbije jaren baseren, maar met de jaarrekening op zich heeft ze geen bemoeienis. Wel is het zo dat een tekort op de jaarrekening of een te laat ingestuurde jaarrekening reden voor “preventief toezicht” kan zijn.
De accountant, de rekenkamer en de provincie kijken elk op een bepaalde manier naar uw rekening en de conclusies die zei daaruit trekken zijn voor de raad bouwstenen voor zijn politieke oordeel over het college.
Los van uw algehele politieke oordeel over het gevoerde beleid, is de kans heel klein dat door accountant, rekenkamer of provincie aandacht is besteed aan de onderwerpen die u politiek bijzonder interesseren. Dus is het nuttig voor die onderwerpen de voornemens in de beleidsbegroting en de financiële begroting te vergelijken met de realisaties, zoals opgenomen in het jaarverslag en de jaarrekening.
[bw]Onze gemeente heeft een bestemmingsreserve van € 15
Wat u aansnijdt is een vrij ingewikkelde kwestie. Het precieze antwoord moeten we u schuldig blijven, omdat uw vraag niet alle relevante informatie bevat. We antwoorden dus ‘onder voorbehoud’.
Wat u aan de orde stelt is een vraagstuk van treasury, van belegging en financiering. Dat zit zo. Uw gemeente heeft niet alleen deze ene bestemmingsreserve, maar waarschijnlijk ook andere. Daarnaast is er een algemene reserve en zijn er allerlei (financiële) voorzieningen. Al deze ‘potjes’ vertegenwoordigen een flink bedrag. Het is de taak van uw treasurer om dat bedrag zo gunstig mogelijk te beleggen, maar zonder al te grote risico’s. (Het wettelijke kader is hier de Wet Fido.) Het is heel goed mogelijk dat de treasurer in het verleden een groot deel van dit bedrag zo voordelig kon beleggen dat het per saldo gunstig is om nu geld te gaan lenen t.b.v. het nieuwe stadhuis, ook al moet daarvoor enige tijd extra rente voor worden betaald. De crux is dat de treasurer niet naar één enkele lening kijkt, maar naar het hele pakket aan leningen enerzijds en belegging van gelden anderzijds.
[bw]Wat is het verschil tussen investeringen met een maatschappelijk en met een economisch nut ?
Investeringen met een economisch nut zijn investeringen in goederen die inkomsten kunnen opleveren voor de gemeente en/of te verkopen zijn. Over het algemeen geldt dit voor gebouwen, vervoermiddelen, e.d. Deze kunnen worden verkocht en/of verhuurd.
Overheden doen ook investeringen waarvoor dit niet geldt, en die toch een duidelijke publieke taak vervullen. Dit noemen we investeringen met een maatschappelijk nut. Een voorbeeld hiervan zijn investeringen in wegen en water. Deze zijn – in tegenstelling tot investeringen met economisch nut – meestal niet verhandelbaar of te verhuren.
Het belang van het onderscheid tussen investeringen met een economisch en maatschappelijk nut is, dat volgens de regelgeving eerstgenoemde categorie moet worden geactiveerd, dus op de balans gezet en de tweede niet.
Van de balanswaarde van investeringen met economisch nut wordt jaarlijkse een deel afgeschreven. Bovendien moet over de balanswaarde rente worden berekend. Dat betekent dat de investeringskosten worden uitgesmeerd over de geschatte levensduur van het betreffende object. Er wordt dan aan de lastenkant van de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen voor de kapitaallasten, dat wil zeggen de jaarlijkse bedragen voor afschrijving en rente.
Investeringen met maatschappelijk nut moeten bij voorkeur in één keer als kosten in de begroting worden genomen en niet geactiveerd op de balans; de lasten worden dan niet over meerdere jaren uitgesmeerd. Als een gemeente deze investeringen toch wil activeren, is het zeer aan te bevelen dit te regelen in de artikel 212-verordening en daarin een duidelijke beleidslijn vast te leggen. Voorkomen moet worden dat dan eens op de ene manier, dan eens op een andere manier wordt afgeschreven; ‘willekeurig’ afschrijven versluiert namelijk het zicht op de financiële positie.
